Ken je dat? Je gaat naar een -einde zomer- feestje in je uppie en je realiseert je dat je er niemand kent. Nobody. Nadie. Alleen de gastvrouw- en heer, een beetje. Ik kan me niet heugen wanneer ik dat gevoel voor het laatst had. Werd er zelfs wat nerveus van. En toch wist ik dat ik gewoon moest gaan, hop uit die comfortzone. Dorus moest werken en kon niet mee. Ook wel eens goed om alleen te gaan, dacht ik.
Altijd alles samen doen, kan zo’n gewoonte worden dat je niet meer weet hoe je je alleen redt op bepaalde momenten. Nooit gedacht dat ik dit zo zou opschrijven. Hoe vaak ben ik wel niet vroeger alleen naar feestjes gegaan toen ik nog in Rotterdam woonde en nog alleen was. Er was altijd wel iemand die ik misschien zou kennen, dacht ik, dus ik vond dat nooit zo’n probleem. Sinds we niet meer in Nederland wonen, is dat totaal veranderd en voel ik me wat onwennig om alleen naar een feestje te gaan. Natuurlijk was dat niet nodig, want het was erg gezellig en niets om me zorgen over te maken. Een divers gezelschap, jong en oud, van Mallorca afkomstig maar ook voorbij de Spaanse grenzen.
Weg spontaniteit
Waarschijnlijk komt die aanvankelijke onwennigheid ook voort uit een verandering die je doormaakt als persoon. De spontaniteit die je meer hebt in je jongere jaren is wat aan het vervagen – bij mij. Mijn introverte kant is de laatste tien jaar meer de boventoon gaan voeren. Dus, zo nu en dan uit die vertrouwde bubbel treden het onbekende in, is heel gezond.
Ik moet altijd weer lachen hoe verbaasd mensen zijn als ik zeg dat ik met de fiets ben gekomen en helemaal als duidelijk wordt dat er alle dagen van het jaar alleen maar een fiets is, en geen auto. De mensen kunnen zich dat werkelijk niet voorstellen. “Heeft je man dan geen auto?”, vroeg een charmante oudere dame – de enige Nederlandse aanwezig op het feestje.
Een man wilde per se weten hoeveel kilometer het was naar Fenalitx (de plek van het feestje) en hoe lang ik erover had gedaan. Het zijn er maar 30, zo veel is het nu ook weer niet. Had ze rustig gefietst in 1 uur en 45 minuten. Toch toonde de man zich hoogst verrast. Je hoeft niets te zeggen of te doen, je bent meteen speciaal als je lange enden fietst hier. Dat is namelijk ongekend op Mallorca en in heel Spanje. Spanjaarden fietsen niet en al helemaal niet tientallen kilometers. Alleen slanke Spaanse mannen in strak lycra op een peperdure fiets met een flitsende bril en dito helm doen dat.
Compleet loco
Op Ibiza dachten mensen helemaal dat we compleet gestoord waren. Want daar zie je werkelijk geen enkele fiets. Als je dan ook nog eens in het donker ’s avonds vertrok, dacht men werkelijk dat je helemaal loco was. Hoe vaak mensen ons wel niet wilden thuisbrengen in de late uurtjes. Nu ook weer. De Nederlandse dame en haar man konden me zo thuisbrengen, zei ze. Geen enkel probleem. Lief altijd zo’n aanbod en ik waardeer het zeer, maar ik ga er eigenlijk nooit op in. Bovendien kon ik ook blijven slapen. Het stel dat het feestje hield, hebben een soort labyrint als huis met verschillende kamers. Eén van die kamers zou voor mij zijn, wist ik al van ze. Klinkt aanlokkelijk als je al wat tipsy bent van de Verdejo die constant werd bijgeschonken – het glas mocht niet leeg zijn van de gastheer.
Dus ik bleef.
Ik legde mijn hoofd neer op het kleine kussen en dacht aan die oudere, zongebruinde Nederlandse die samen met haar Duitse man, eveneens zongebruind, 120 jaar wil worden. Dat had ze me verteld. Zij zijn speciaal naar een anti-aging kliniek geweest en hebben een ware guru in de arm genomen. Het stel leeft het goede leven; huisje hier, huisje daar, vakantie hier, vakantie daar. Een innig stel. Iets moois heeft het, maar ook iets droevigs. Deze mensen zijn verloren zonder elkaar. Als ze sterven, dan samen, zo zei ze. Hij is 80, zij 75. Zichtbaar trots op hun gevorderde leeftijd, terwijl ze er hip en slank uitzien. Ik hoop voor ze dat ze lang gezond blijven. Niet alles is immers maakbaar en controleerbaar. Maar goede hemel, wie wil er nou 120 worden? Not me.
Kwetsbaar
Stellen die werkelijk alles samen doen, waar de één is, is de ander, nooit iets zonder elkaar ondernemen, helemaal met elkaar vergroeid zijn, heeft ook iets kwetsbaars. Ooit moet je verder zonder die ander. Scheiding bij leven of dood. Niemand ontkomt eraan. Daar kunnen geen pillen tegenop. Of guru.
Toch snap ik dit gelukkige stel wel. Als je zo geniet van het leven, er warmpjes bij zit, je lichaam meewerkt, en zichtbaar happy bent met jezelf en elkaar, dan wil je die tijd zo lang mogelijk rekken toch? Als de jaren dan gaan klimmen, kan het zweet je uitbreken bij de gedachte dat het een keer ophoudt. Want de regel is dat niets in het leven hetzelfde blijft. In de eerste dertig jaar is dat een gedachte die simpelweg niet bestaat. Tot een bepaald moment hierin verandering brengt.
Spaans gezegde?
Op het feestje was een jonge Spaanse vrouw die terminaal ziek is (dat hoorde ik later). Nadat een tantra-leraar haar een nekmassage gegeven had, zei ze tegen iedereen:‘Estoy muerto’ , ‘ik ben dood’ . Ze was helemaal van de wereld, ik dacht ook wel wat teveel gedronken en misschien gerookt, dus ik zei tegen haar: ‘En nu lekker slapen’. Dat ging ze doen en vervolgens liep ze de deur uit. Ik dacht nog dat het een Spaanse manier van zeggen is, dat je je helemaal relaxed voelt en van de wereld bent. Niet helemaal dus, zo blijkt wel.
De volgende ochtend op de fiets naar huis, af en toe moest ik even stoppen, was ik blij met de zon en het zachte weer voor de tijd van het jaar. Ik betrapte mezelf erop nog niet klaar te zijn om afscheid te nemen van de zachtheid van de nazomer. Ook dit houdt, jawel, een keer op.
Con Amor,
Eva
