De aanhoudende droogte, het gebrek aan water uit de kraan, opgevangen door eigen opslag en bewust van iedere druppel die ik momenteel consumeer; er is betekenis in de opdrogende waterbronnen om mij heen. Zij staan voor zo veel meer dan alleen waterschaarste.
Voor de blije aankondiging van nieuw leven dichtbij en tegelijkertijd in de spiegel de droogte van mijn huid zien. Het na langere tijd bezoeken van dierbaren die allemaal weer een tikkeltje ouder zijn geworden. Huid waarvan de soepelheid aan het afnemen is.
De aarde onder ’s werelds voeten die aan het scheuren is, niet alleen dorst heeft, maar ook arm is. Het bloed dat op zovele plekken gutst, de haat die sijpelt. Doodsvocht.
Voor hechte vriendschappen, genereus en elkaar het beste gunnend, die om uiteenlopende redenen geen water meer krijgen en verdampen. Maar sommige kunnen gelukkig nog altijd putten uit voldoende zorg voor elkaar, er valt nog wat te tappen, en gelukkig nog wel meer dan dat.
Contacten die ooit leuk en warm waren totdat deze kritiek kregen op mijn geschreven woorden en vinden dat ik verkeerd naar de wereld kijk. Ik ben fout – een ‘wauwelende’ oorlogshitser – en zij – met haat voor de ‘kindermoordende’ Davidster – zijn goed.
Maar ook onbegrip, omdat het leven letterlijk langzaam wegstroomt. De frustratie hierover. Jegens hen die hun zwembaden steeds weer vol pompen, golfbanen die dagelijks overdadig besproeid worden en cruise schepen die eenmaal hier aan wal honderden tonnen nieuw water opeisen. Maar mijn tuin (waarvan ik eet) worstelt en ik douche korter dan kort.
Er is geen flexibiliteit, geen rek, geen voeding om de honger naar drama te stillen en de dorst te lessen. Het piept, kraakt en scheurt. We huilen om andere dingen, maar onze tranen lossen niets op. In de grip van massavorming worden emoties overdreven en hysterisch, gekmakend, zoals hevige dorst doet met dobberende schipbreukelingen op zee. Rede en kritisch denken raken verder op drift. Dobberend op een vlot. Verder van elkaar rakend. Geen dak boven het hoofd. Zonder land in zicht. Niemand luistert. Waar is nog houvast te vinden? Verlies en verval. De bronnen smeken om gevuld te worden met het hemelvocht. Met leven. Met de wijsheid van het water. Ik wacht en kan alleen maar hoop hebben.
Het opdrogen van onze waterbronnen betekent ook de tendens in de wereld naar het onbegrijpelijke verlangen naar onvrijheid, want vrijheid maakt een mens onzeker (dat laatste las ik zojuist toevallig weer van een wijze en volgens mij lieve man en schrijver, Theodor Holman). Het staat voor het onbegrijpelijke verlangen naar een wraakzuchtige God, naar knechting, naar onderwerping van die God, die niet de mijne is. Het is de uniforme dorheid van gedachten die blind maakt en vastgeketend. Onvrij.
Maar ook het, uit menselijke armoede, niet zorgen voor de omgeving, voor onze metgezellen, de dieren. Zij worden niet op waarde geschat wat de aarde doet breken.
Het water en de Mallorcaanse watercrisis staan, voor mij, voor zo veel meer momenteel.
En het gekke is, toch voel ik mij rustig. Niets blijft nu eenmaal hetzelfde. Ik laat me wiegen door de wind (terwijl Dorus bij terugkomst weer verder gaat met de waterput, dat moet er wel worden bijgezegd…leve de man!). Het komt goed. Het ís al goed.
Con Amor en L’Chaim,
Eva
