Amsterdam {Dutch poem}

Als de wereld is weggezonken in haar dromen,

ben ik wakker,

zwervend door maanverlichte straten

zoekend naar de lichtpuntjes die het bestaan kleur geven.

De lichtjes aan de gracht

De muzikant op de hoek

De brandende kaarsen voor het caféraam

Het geroezemoes dat opstijgt in de nacht,

vertrouwd en gevuld met hoop.

Deze stad, die vrijheid ademt

Waar eens duizenden mannen, vrouwen en kinderen

zijn opgejaagd en verdreven uit hun huizen

Met angst in hun harten

het onbekende tegemoet.

Het verraad dat op de loer lag,

het was nooit ver

Wat maakten deze mannen en vrouwen,

vaders en moeders, opa’s en oma’s,

kinderen en baby’s

zo anders?

Een dodelijke identiteit

Het verschil tussen leven en dood.

Ik loop door de oude straten

De stenen glimmen in het maanlicht

De scheve huizen zij aan zij

De levens achter de hoge ramen

De dromen, zorgen en verhalen

Ik vind ze in de straten,

in de huizen aan de gracht.

Zij die vrijheid ademen

en zij die vrijheid dromen

De stad wist precies wie zij waren

Het verschil tussen leven en dood.

De stenen in de muren,

ze kunnen alleen nog maar zwijgen,

daar waar ze zouden willen schreeuwen

om te worden gehoord.

De verhalen van deze stadsmuren en straten

Het gelach en de tranen voorbij.


Foto credits: Leif Niemczik/Unsplash