In Vrijheid

Ik heb de blogpost van afgelopen maandag dezelfde avond nog verwijderd. Over de woorden was goed nagedacht en ik sta er nog steeds achter, maar ze zullen verder moeten leven in mijn hoofd. Dat is meestal niet de beste oplossing, want om ze een uitweg te geven is gezonder. Om mijn hoofd dus proberen wat leger te maken, ben ik gisteren naar zee geweest.

Naar zee is eigenlijk altijd een goed idee. Een eind over landweggetjes fietsen naar een strand wat er altijd mooi bij ligt, gelegen in een natuurgebied, (nog) niet veel mensen en glashelder water alsof je je ergens in een tropisch oord waant. E-reader (ik lees momenteel de al wat oudere roman De Verdronkene van Margriet de Moor dat zich afspeelt ten tijde van de Nederlandse Watersnoodramp in 1953…man, dat is wat geweest!) en koptelefoon om eventueel wat muziek te luisteren, gingen samen met de parasol mee. Na het eerste zeebad van dit jaar ben ik uren gebleven. De zee was kalm en vredig, geen oerkracht zoals in De Verdronkene geweest moet zijn. Met het geluid van de golven, het zeebriesje en het besef dat ik helemaal niks hoefde die dag, dommelde ik in. Ik zou wel een keer thuiskomen. 

De zon was al even onder en ik begon aan de terugtocht, die zo’n twee uur is (weliswaar elektrisch, dus dat scheelt) en kwam tot het besef dat er geen levende ziel onderweg te zien was. Geen auto’s, niks. Slechts een brommer kwam veel later voorbij. Een zacht windje, een sterrenhemel en ik. Dat was het. Zoals altijd als ik alleen in de donkerte fiets, voel ik nooit angst. Sterker nog, het is een van mijn favoriete bezigheden: op warme zomeravonden in mijn eentje fietsen in de avond en nacht en genieten van de sterrenhemel en de geluiden van nachtvogels en blaffende honden ergens in de verte. Laatst had ik het er nog over met een Nederlandse vriendin die ook op het eiland woont: hoe weinig misdaad er is op Mallorca en dat je als vrouw ’s avonds veilig over straat kunt. Hoe anders is het in sommige Nederlandse steden. Maar ook bijvoorbeeld in Argentinië. Ze vertelde dat toen zij haar schoonfamilie in Argentinië bezocht, jonge vrouwen door hun ouders gehaald en gebracht werden. Niets wordt sowieso lopend, of laat staan fietsend, ondernomen, alles met de auto, ook al is de afstand nog zo klein. 

In steden als Purmerend zou het niet meer veilig zijn voor een vrouw om door een park ’s avonds te lopen vanwege ‘jongeren’ op fatbikes. De onvrijheid! In Rotterdam, maar ook in Amsterdam, ging ik zo vaak alleen fietsend ’s avonds door de stad of door het Vondelpark waar we toen niet ver vandaan woonden. Het is vrijheid om zonder vrees te fietsen in de avond. Op de landweggetjes hier kun je rustig in het donker fietsen. Hoe anders was dat voor de vermoorde jonge 17-jarige Lisa vorige zomer. Wat mij nog steeds ergert, is de reactie op deze gruwelijke moord vanuit de Amsterdamse gemeente. Een totaal geschift gemeentebestuur hebben ze daar. Bosjes knippen, betere verlichting waarbij ‘de vrouwelijke blik’ wordt geïncorporeerd en bokslessen voor meisjes. En ondertussen eisten vrouwen de nacht op. De slogan die helemaal hot werd en in bushokjes groot afgedrukt hing ‘wij eisen de nacht op’, maar waar amper een woord gerept werd over wat het daadwerkelijke gevaar nu was: in dit geval een jonge asielzoeker die stemmen hoorde dat hij moest verkrachten en moorden. Hij had opdracht gekregen van hogerhand. Waar die hogere hand precies vandaan komt, laat zich raden, want dat sommige mannelijke immigranten overgaan tot geweld omdat ze stemmen horen en ‘verward’ zijn, komt mij net iets te vaak voor. In plaats daarvan moest volgens het gemeentebestuur het probleem in ‘alle mannen’ gezocht worden. Het probleem was ‘alle mannen’. Wit, zwart, bruin, geel, paars, groen, vader, vriend, echtgenoot, zoon, student, kantoorklerk, CEO, zeloot, atheïst, met blauwe, groene en bruine ogen, zonder bierbuik en met, kort, lang, Nederlands en niet-Nederlands, inwoner, maar geen asielzoeker, dat werkt ‘stigmatiserend’, dus ‘het probleem’ is ‘ALLE mannen’. Alle mannen worden dus weggezet als potentiële verkrachters en moordenaars en dat is blijkbaar de normaalste zaak.

Het Amsterdamse gemeentebestuur is voor mij inmiddels bekend van het beschermen van daders en door slachtoffers nog even een paar dolksteken in de rug toe te brengen. Hoe dan ook, zo’n geschift, totaal van de werkelijkheid losgezongen bestuur, hebben we gelukkig niet op dit eiland. Maar hier leven weer andere urgente onderwerpen, zoals de waterschaarste. Onze waterput is nu bijna af, dankzij Dorus die de eerste beschermende laag (van gebluste kalk en zandsteengruis -picadis heet dat hier) laatst op de wanden heeft gesmeerd samen met onze vriend Paul uit Nederland die in zijn campervan een tijdje bij ons logeert. 15.000 liter water kan de put straks opslaan. Meer waterverhalen binnenkort.

Con Amor,

Eva

De eerste tomaten op komst

2 comments

Leave a comment

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.